Polycystic Kidney Disease
Polycysteuze nierfalen (PKD) is een
ziekte waarbij een grote hoeveelheid van cysten gevormd worden in de nieren.
Deze kunnen in grote variëren van 1 mm tot 1 cm en zelfs groter. PKD is een
erfelijke afwijking en wordt autosomaal dominant overgedragen. Een aangetaste
kat zal pas vrij laat symptomen gaan ontwikkelen waardoor er veel aangetaste
nesten al geproduceerd kan worden. Het is daarom belangrijk om deze katten
tijdig op te sporen en uit te sluiten van de fok. De cysten zijn aanwezig vanaf de
geboorte maar zijn dan vrij klein. Ze groeien langzaam in grootte zodat na
verloop van tijd veel nierweefsel verloren gaat en nierinsufficiëntie ontstaat.
De tijd tot het ontstaan van de symptomen van het nierfalen duurt redelijk lang
omdat de nier een relatieve groot reserve capaciteit heeft. Gemiddeld zal een
kat symptomen gaan vertonen op een leeftijd van 7 á 8 jaar. Echter ontwikkelen
sommige katten nierfalen veel sneller, bijvoorbeeld 3 jaar. Sommige katten
kunnen pas op oudere leeftijd symptomen vertonen en dan is ook de vraag of de
diagnose PKD gesteld wordt. De snelheid van ontstaan van de symptomen valt niet
te voorspellen. Er zijn vele tekenen van nierfalen zoals veel drinken, veel
plassen tot niet plassen, sloom, misselijk en soms braken. Sommige kattenrassen komt PKD vaker
voor dan andere. Bij de Pers is bewezen dat deze ziekte overgeërfd wordt. De
rassen afgeleid van de Pers zoals Burmillas en Exotic hebben ook een hogere
incidentie van PKD dan andere rassen. Aangezien de Ragdoll ook zijn oorsprong
vindt in de Pers heeft deze ook kans PKD te erven. PKD komt wereldwijd verspreid
voor. In 1998 had gemiddeld 40 % van de Perspopulatie en 16 % van de andere
rassen PKD. De overerving van PKD is autosomaal
dominant. Dit wil zeggen dat er geen dragers kan bestaan want alle katten met de
abnormale gen ontwikkelen PKD. Slechts één van de ouders moeten PKD hebben om
ervoor te zorgen dat de nakomeling PKD kan krijgen. Elke kat met PKD kan deze
ziekte doorgeven aan zijn nakomelingen ongeacht of de “partner” deze heeft. Een
nakomeling dat twee afwijkende genen overerven (één van elk ouder) zal dood gaan
voor de geboorte. Aangezien een kat vaak laat symptomen
laat zien van PKD kunnen veel nesten al geproduceerd zijn voordat bekend is dat
deze PDK heeft. Hierdoor worden er veel katten ter wereld gebracht met PKD. Dit
is dan ook de reden dat PKD vaak voorkomt.Er is geen mogelijkheid om te voorkomen
dat een kat nierfalen ontwikkeld door PKD. De cysten zijn aanwezig vanaf
geboorte en kunnen ook niet verwijderd worden. Als nierinsufficiëntie ontwikkeld
is kan alleen voor gezorgd worden dat de progressie van de nierfalen minder snel
gaat (door bijvoorbeeld dieet aanpassingen etc.). Dit kan echter de groei van de
cysten niet remmen. Alle katten die de abnormale gen bij
zich dragen ontwikkelen PKD. Deze katten kunnen onderzocht worden en
geïdentificeerd worden voordat ze geslachtsrijp zijn. Door niet met deze katten
te fokken kan PKD binnen één fokgeneratie uit een populatie geëlimineerd worden.
Detectie van cysten kan vanaf een leeftijd van 6 tot 8 weken, maar de kans van
aantonen van de cysten wordt groter naarmate de kitten iets ouder is
(bijvoorbeeld 16 weken). Als de cysten heel klein zijn kan
alleen met behulp van een echo bekeken worden of uw kat PKD heeft. Als er op 6
maanden leeftijd geen cysten zijn aangetoond dan is het vrijwel zeker dat de kat
geen PKD heeft. Voor 6 maanden kan het soms moeilijk zijn de cysten aan te tonen
omdat ze erg klein zijn. Er is nog geen bloedtest beschikbaar om te bepalen of
uw kat de abnormale gen heeft.