Dierenartsenpraktijk Kanaleneiland


Omega-3-vetzuren en omega-6-vetzurenOmega-3- en omega-6-vetzuren zijn meervoudig onverzadigde vetzuren (m.o.v.’s, of PUFA’s; Poly Unsaturated Fatty Acids), wat betekent dat in de structuurformule van het molecuul 2 of meer dubbele bindingen zitten tussen de koolstof-atomen (C-atomen). Hierdoor bezitten zij eigenschappen die anders (vaak gunstiger) zijn dan die van verzadigde vetten (geen dubbele bindingen). Ook behoren genoemde vetten tot de lange keten vetzuren  (LCT ; long chain triglycerides), omdat ze meer dan 14 C-atomen hebben. Tot de groep m.o.v.’s horen de vetzuren linolzuur en alpha-linoleenzuur. Linolzuur is de “ouder” van de omega-6-familie. Linolzuur wordt normaliter middels enzymen omgezet in gamma-linoleenzuur en vervolgens in arachidonzuur (AA). De hond kan deze omzetting maken en daarom is linolzuur de belangrijkste omega-6-vetzuur voor de hond. De kat is een van de diersoorten die arachidonzuur met de voeding moet binnenkrijgen, zelfs bij voldoende linolzuurinname. Alpha-linoleenzuur is de “ouder” van de omega-3-familie en wordt middels dezelfde enzymen als bij de omega-6-familie omgezet in eicosapentaeenzuur (EPA) en dat wordt weer omgezet in docosahexaeenzuur (DHA).  

Omega-6-vetzuren

Deze vetzuren zijn zo genoemd omdat de eerste dubbele binding tussen het 6e en 7e C-atoom zit, gerekend vanaf het einde van de staart van het vetzuurmolecuul. Onderstaande afbeelding geeft dit schematisch weer voor het vetzuur linolzuur om een indruk te krijgen hoe geteld wordt.              In het schema hieronder staan de omega-6-vetzuren genoemd en de bron waar dit in te vinden is. 
  Omega-6-vetzuren 
 

Vetzuur

 
Omega-notatie * 

Bronnen

 Linolzuur  (vitamine F) C18:2n6 Plantaardige oliën, noten, eieren, mager vlees
  Gamma-linoleenzuur  (GLA) C18:3n6  Sleutelbloemolie, lijnzaadolie, sojaolie
 Arachidonzuur C20:4n6 Eieren, mager vlees, slachtafval
 * Voorbeeld:  C18:2n6 ® het vetzuur heeft 18 C-atomen, 2 dubbele bindingen en de eerste dubbele binding bevindt zich tussen C 6 en C 7.  

Omega-3-vetzuren

Deze vetzuren zijn zo genoemd omdat de eerste dubbele binding tussen het 3e en 4e C-atoom zit, gerekend vanaf het einde van de staart van het vetzuurmolecuul.    In het schema hieronder staan de omega-3-vetzuren genoemd en de bron waar dit in te vinden is. 
  Omega-3-vetzuren 
 

Vetzuur

 
Omega-notatie * 

Bronnen

  Alpha-linoleenzuur  C18:3n3 Sojaolie, koolzaadolie, raapzaadolie, lijnzaadolie
  Eicosapentaeenzuur  (EPA)  C20:5n3 Vis
  Docosahexaeenzuur  (DHA) C22:6n3 Vis, lever, eierdooier
 * Voorbeeld:  C18:3n3 ® het vetzuur heeft 18 C-atomen, 3 dubbele bindingen en de eerste dubbele binding bevindt zich tussen C 3 en C 4.  

Eigenschappen van de vetzuren

De omega-6-vetzuren zorgen er onder andere voor dat het cholesterolgehalte in het bloed daalt, de bloedstolling wordt bevorderd, de wondgenezing toeneemt en dat de huid- en vachtconditie verbetert.   Omega-3-vetzuren hebben een ontstekingsremmend effect, werken gunstig op het hart en de bloedvaten (minder hart- en vaatziekten, vaatverwijdend en bloeddrukverlagend) en doen de bloedstolling verminderen. Tevens zijn er aanwijzingen dat de vetzuren hartritmestoornissen tegengaan. 

Omega-6 / omega-3 ratio

Aangezien de twee vetzuurfamilies zoals eerdergenoemd gebruikmaken van dezelfde enzymen voor de omzetting tot de andere vetzuren, is de verhouding tussen omega-6- en omega-3-vetzuren belangrijk. Dit om te voorkomen dat er een competitie ontstaat en een teveel van de ene familie leidt tot een tekort aan derivaten die normaliter worden gevormd vanuit de andere familie. De omega-6- en omega-3-vetzuren hebben verschillende functies en zijn beide nodig, zij het in verschillende mate. Daarom is de verhouding waarin deze vetzuren worden toegediend zo belangrijk. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat niet de hoeveelheid, maar dat de verhouding van omega-6- en omega-3-vetzuren het meest heilzaam is en de ontsteking onder controle houdt.  Wanneer er in verhouding een teveel aan omega-3-vetzuren wordt toegediend, kan dit op de langere termijn nadelige gevolgen hebben. Aangezien de bloedstolling wordt beïnvloed door deze vetzuren, is de kans op bloedingen verhoogd aanwezig. Onderzoek bij honden heeft aangetoond dat de verhouding omega-6:omega-3 op 5-10:1 dient te liggen. Verhoudingsgewijs meer omega-6-vetzuren toedienen is ook niet aan te bevelen, omdat dit de ontsteking juist bevordert, waardoor jeuk geassocieerd met huidproblemen kan verergeren. Het derivaat arachidonzuur, wat ontstaat uit linolzuur, is hier voor verantwoordelijk. De omzetting van gamma-linoleenzuur naar arachidonzuur wordt geremd met behulp van de omega-3-vetzuren, maar dit hoeft slechts in kleine mate te gebeuren.Deze verhouding van 5-10:1 omega-6:omega-3 zorgt er voor dat de goede eigenschappen van de omega-6-vetzuren behouden blijven, maar dat de typische klinische symptomen bij een ontsteking worden verminderd, zoals uitslag, roodheid, jeuk, blaasjes, etc.   Geraadpleegde literatuur: Case, L.P. e.a., Canine and Feline Nutrition, A resource for companion animal professionals, second edition, St. Louis etc., Mosby Inc., 2000. De Vries, J., Eet meer vis!, Natuur en Techniek 12 (1997), p. 23-32 Iams Company, Linoleic acid and its importance to the dog, Food for Thought, Technical Bulletin No. 9R, Rev. April 1998. Iams Company, Safety of optimal fatty acid ratio, Food for Thought, Technical Bulletin No. 115S, Maart 1998. Gerritsen, J.W. en Zwaag, van der,  H., ‘Vetten’, in: Voedingschemie syllabus, 1990,  p. 1-9, Hanzehogeschool Groningen Thomas, B., Manual of Dietetic Practice, second edition, London, Blackwell Sience Ltd., 1994. Verheul-Koot, M.A. e.a., Nutricia Vademecum, deel 1, Voeding & gezondheid, Maarssen, Elsevier / De Tijdstroom, 1998. Verkerk, G. e.a., Binas, 3e druk, Groningen, Wolters-Noordhoff, 1992.