Dierenartsenpraktijk Kanaleneiland


Feline Immunodeficiency Virus – FIV (14 maart 2006)


FIV is een belangrijke oorzaak voor ziekte bij katten. Het werd voor het eerst ontdekt tijdens het onderzoek naar een epidemie in een –voorheen gezonde- kattenpopulatie in Amerika, waarbij dezelfde symptomen werden geconstateerd als bij mensen met HIV. Hoewel HIV en FIV op elkaar lijken, zijn de virussen soort-specifiek, dat wil zeggen dat FIV alleen bij katten voorkomt en dat HIV alleen mensen treft. Er is dus géén besmettingsgevaar voor mensen die contact hebben met FIV-positieve katten.
Wat is FIV en hoe veroorzaakt het de ziekte?
Het FIV-virus beschadigt of doodt de cellen van het immuunsysteem (witte bloedcellen). Dit veroorzaakt een geleidelijke achteruitgang van het immuunsysteem. In een vroeg stadium van FIV is het mogelijk dat er geen uiterlijke symptomen zijn. Het immuunsysteem is zeer belangrijk bij het afweren van infecties en daarom lopen FIV-positieve katten een groter risico op besmetting door andere virussen of bacteriën.
Welke katten lopen risico?
De meest gebruikelijke manier van het overbrengen van FIV, is door bijten tijdens vechtpartijen. Daarom lopen ongecastreerde katers en zwerfkatten het grootste risico op besmetting. Een kat kan op elke willekeurige leeftijd besmet worden. Vaak zit er een lange tijd tussen de besmetting en het werkelijk optreden van ziekteverschijnselen. Daarom wordt de ziekte over het algemeen pas geconstateerd bij middelbare of oudere katten.
Hoe wordt FIV verspreid?
Bijten wordt gezien als de belangrijkste oorzaak van besmetting met FIV. Het speeksel van een besmette kat bevat grote hoeveelheden van het virus en één beet kan voldoende zijn om de ziekte over te dragen. De ziekte kan ook overgedragen worden middels de sociale contacten van in een groep levende katten, door het gebruik van dezelfde voerbakjes en door middel van wederzijds wassen. Kittens van besmette moeders kunnen in de baarmoeder besmet raken of door het drinken van besmette melk. Sexueel contact wordt niet als een belangrijke besmettingsbron gezien. Het is onbekend of bloedzuigende parasieten zoals vlooien de ziekte kunnen verspreiden, dus is het belangrijk om parasieten regelmatig te bestrijden.
Wat zijn de klinische tekenen van FIV besmetting?
In de eerste fase van besmetting (de 2e tot 4e maand) kunnen er kortdurende ziekte- verschijnselen optreden, zoals algehele malaise, koorts en opgezette lymfeklieren. De meeste katten zullen herstellen en lijken gedurende de tweede fase van FIV gezond. Uiteindelijk, in de derde fase, ontwikkelen zich andere symptomen die een direct resultaat van het FIV virus zijn. Bijvoorbeeld infectie van het maag-darmkanaal, wat diarree kan veroorzaken. Doordat het immuunsysteem onderdrukt wordt door het virus, wordt de kat vatbaar voor andere, secundaire infecties en ziektes. Deze kunnen heel verschillend zijn, dus de klinische tekenen kunnen sterk variëren. Echter, de combinatie van verschillende ziektes, die telkens hardnekkig terugkeren, kan wijzen op een falend immuunsysteem. Vaak zien we algehele malaise, gewichtsverlies, gebrek aan eetlust, koorts, opgezette lymfeklieren en tandvleesontsteking. Daarnaast bijkomende problemen zoals ontsteking van het neusslijmvlies, huidinfecties, bloedarmoede, ontstoken oogranden, oogontsteking en neurologische verschijnselen die gedragsveranderingen of toevallen kunnen veroorzaken. Besmette zwangere poezen kunnen aborteren.
Hoe wordt de diagnose FIV gesteld?
Er bestaan verschillende soorten tests om FIV vast te stellen. Sommige daarvan kunnen bij uw eigen dierenarts gedaan worden. Bij deze tests gaat het om het vaststellen van antilichamen tegen het virus. Zoals de meeste diagnostische tests, is ook deze test niet 100% nauwkeurig. Er kunnen vals positieve/negatieve uitslagen ontstaan in de volgende gevallen: - sommige besmette katten maken antilichamen aan die niet door de standaardtest ontdekt worden (vals negatief) - het bloedmonster kan verontreinigd zijn (vals positief) - in vroege besmettingsstadia worden er geen antilichamen geproduceerd (korter dan twee maanden na de besmetting). Het is daarom goed een test met een negatieve uitslag 8 tot 12 weken later te herhalen als het om een verdacht dier gaat. - Kittens van FIV-positieve moeders krijgen antilichamen binnen via de moedermelk en deze antistoffen zullen ontdekt worden als de kittens op FIV getest worden. Hoewel alle kittens de moederlijke antistoffen hebben, zal het echte virus alleen doorgegeven worden aan ongeveer 30% van het nest. De antistoffen van de moeder kunnen nog tot 4 maanden in de kittens worden aangetroffen. Testen door het meten van antistoffen heeft dus alleen nut ná 4 maanden. In externe laboratoria zijn gespecialiseerdere tests beschikbaar om het virus zèlf aan te tonen. Als de antistoffentest daartoe aanleiding geeft, kan uw dierenarts bloed opsturen naar deze laboratoria, om zodoende de juiste diagnose te laten bevestigen.
Behandelingsmogelijkheden
Tot op heden is er geen behandelingsmethode die FIV kan genezen. Het belangrijkste doel in de behandeling van FIV-katten, is het zo stabiel mogelijk houden van de patiënt en het handhaven van een goede levenskwaliteit. Hoewel niet geregistreerd voor gebruik bij katten, hebben sommige humane anti-HIV medicijnen verbetering gebracht in de gezondheidstoestand van katten met FIV. Er zijn medicijnen voor katten op de markt en in ontwikkeling, maar er zijn nog geen wetenschappelijke bewijzen voor de werkzaamheid van deze producten. Vooralsnog is het van het grootste belang om secundaire infecties bij katten met FIV snel en effectief te bestrijden. Aangezien het immuunsysteem van deze katten niet of nauwelijks functioneert, is het vaak nodig om veel langer antibiotica te gebruiken dan normaal het geval is.
Lange-termijnbehandeling van katten met FIV
Geïnfecteerde katten moeten binnen gehouden worden om verspreiding van het virus te voorkomen èn om te voorkomen dat ze besmet raken met besmettelijke ziekten van andere katten. Goede voeding en verzorging zijn essentieel om de gezondheid van besmette katten zo lang mogelijk goed te houden. Rauw vlees, eieren en ongepasteuriseerde melk dienen vermeden te worden, omdat de hierin aanwezige bacteriën een groter risico vormen voor katten met een slecht func- tionerend immuunsysteem. Goed controle op vlooien, teken en wormen en een goed inentingsschema, zijn belang- rijk. Besmette katten moeten minstens elk half jaar gecontroleerd worden door de dierenarts, waarbij extra gelet wordt op mond, huid, lymfeklieren, ogen en gewicht. Een jaarlijkse test om het bloedbeeld te bepalen, wordt eveneens wenselijk geacht. Ook zouden besmette katten gecastreerd/gesteriliseerd moeten worden, om de stress die gepaard gaat met de krolsheid te voorkomen èn omdat “geholpen” katten minder zwerfnegingen hebben en zich minder agressief gedragen (vechten-bijtwonden).
Preventie en controle
In de USA bestaat er een geregistreerd vaccin tegen FIV, maar er is weinig bekend over de effectiviteit ervan. Aangezien het de bedoeling is dat het vaccin antistoffen tegen het virus gaat produceren, houdt dit in dat hierdoor de meeste FIV-tests onbruikbaar worden. Als een kat in een groep FIV-positief wordt bevonden, is het het beste om het dier te isoleren of te herplaatsen. Omdat het risico op besmetting door sociaal contact (eten uit dezelfde bak, elkaar wassen) vrij laag is, kiezen veel eigenaren ervoor om het dier tòch in de groep te houden. In die gevallen wordt wèl geadviseerd om aparte eetbakjes te gebruiken en die na gebruik te desindfecteren, om zo het virus te doden. Buiten het lichaam leeft het virus maar enkele minuten, dus besmetting via kleding of schoeisel gaat moeilijk.
Advies voor fokkers
Om het risico of FIV-besmetting te minimaliseren, wordt fokkers aangeraden om hun fokkatten binnen te houden en contact te vermijden met katten die wèl buiten komen. Ook wordt geadviseerd om jaarlijks te testen op FIV, óók bij nieuwe katten voordat ze in de groep worden geïntroduceerd. Als er een besmette kat wordt aangetroffen, moeten doeltreffende maatregelen genomen worden: - niet meer fokken met de totale groep - de betreffende kat isoleren of helemaal uit de groep verwijderen - alle andere katten testen. Deze katten moeten opnieuw getest worden na 3-6 maanden. Als de resultaten goed zijn, kan er weer met de groep gefokt worden.
Advies voor asiels en opvangorganisaties
Idealiter zou elke opvangkat op FIV getest moeten worden, maar financiële beperkingen maken dat vaak onmogelijk. In ieder geval moet elke kat die verdacht wordt van FIV getest worden, evenals agressieve katten, ongecastreerde katers, zwerfkatten en verwilderde katten. Een apart hok voor elke kat is ideaal. Als dat niet mogelijk is: zo klein mogelijke groepen in één hok. Sterilisatie voordat een kat herplaatst wordt kan ook bijdragen aan de vermindering van verspreiding van FIV.
Prognose voor besmette katten
De prognose voor FIV katten blijft vooralsnog voorzichtig. Als de kat in een vroeg stadium gediagnostiseerd wordt met FIV, kan het lang duren voordat er echte ziekteverschijnselen optreden. Hoewel het niet zeker is dat alle katten een auto-immuunziekte ontwikkelen, is het vooralsnog aannemelijk dat de meerderheid dat wèl doet en dat de besmetting blijvend lijkt. Mits goed verzorgd, kunnen veel katten toch gedurende langere tijd gezond blijven.