Dierenartsenpraktijk Kanaleneiland


Wat is F.I.P.?FIP staat voor feline infectieuze peritonitis, een door een coronavirus veroorzaakt, niet te genezen en altijd dodelijk verlopende infectieziekte bij katten. Coronavirussen kunnen bij de kat een geringe darminfectie veroorzaken of FIP. Het virus, dat de FIP (FIPV) veroorzaakt ontstaat door een mutatie van het darmFIPvirus (FECV). Deze twee virussen zijn gelijk op het gemuteerde stukje na, maar hun ziekte verwekkend vermogen verschilt enorm. Voor alle bij de kat voorkomende coronavirussen wordt tegenwoordig de naam feline Coronavirus gebruikt (FCoV).Hoe ontstaat FIP?Katten infecteren zich via de bek en neus met het FCoV-virus, dat door katten met een FCoV-darminfectie en door FIP-katten uitscheiden wordt. Vanaf 6-8 weken, wanneer de maternale immuniteit afneemt kunnen kittens zich besmetten. Nadat het virus is opgenomen vermeerdert het zich in de darmcellen en afhankelijk van de hoeveelheid aangetaste cellen, ziet men geen tot lichte symptomen van een darminfectie. Het virus kan gedurende langere tijd in de darmwand aanwezig blijven en wordt van tijd tot tijd uitgescheiden. De kat heeft dan geen klachten. FIP ontstaat wanneer zich gedurende de periode dat het virus zich vermenigvuldigd er een mutatie optreedt, hierdoor krijgt het virus de mogelijkheid zich niet alleen in darmcellen maar ook in andere cellen ( de zogenaamde macrofagen) te vermeerderen. Alle factoren die de virusvermenigvuldiging bevorderen, vergroten de kans op een mutatie (stress, medicijnen, ziektes etcetera.). Bij ongeveer één op de twintig katten met FCoV-infectie ontwikkeld zich FIP.Twee weken na de mutatie bevindt het virus zich in de darm, darmlymfklieren, milt en lever en met het voortschrijden van de ziekte verspreid het virus zich door het hele organisme. Het virus en de ontstekingsproducten die het virus oproept, veroorzaken bloedvatontstekingen. Deze leiden er toe  dat de bloedvaten meer doorlaatbaar worden en dat het stollingsmechanisme geactiveerd wordt. Het uittredende vocht hoopt zich op in de buik en/of borstkas. De stollingen veroorzaken een verminderde doorbloeding waardoor er weefsel versterf optreedt.Wanneer het dier ziekteverschijnselen gaat vertonen is niet precies te zeggen, men neemt aan de dit van enkele weken tot wel anderhalf jaar kan duren. Hoe wordt de diagnose gesteld ?Ziektegeschiedenis(anamnese) en onderzoek: er is geen specifiek ziektebeeld, aangezien diverse organen (vooral lever, nieren, alvleesklier, zenuwstelsel, ogen en darmen) aangetast kunnen zijn. Bij alle gevallen met aspecifieke symptomen, die niet op antibiotica reageren en waar wisselende koorts optreedt of koorts met onverklaarbare orgaanveranderingen en chronisch gewichtsverlies en bij vochtophopingen in de buik- of borstholte moet aan FIP gedacht worden.Onderzoek van punktaat: wanneer er sprake is van vochtophopingen in borst of buik is het verstandig dit te onderzoeken. Ongeveer in 50% van de gevallen is er sprake van FIP. Doen we de Rivolta proef dan hebben we met een nauwkeurigheid van 98% een diagnose.Hematologisch en chemisch bloedonderzoek kunnen slechts aanwijzingen geven, dat er mogelijk sprake is van een FIP-infectie, het eiwitgehalte en de verdeling van de fracties in combinatie met een chronisch ontstekingsbloedbeeld en bloedarmoede zijn hierbij het belangrijkste, maar dan nog houd je een scala aan mogelijkheden over.Antilichamen tegen FCoV of het FCoV-virus aantonen in de ontlasting levert evenmin een diagnose.Polymerasekettingreaktie, een test om RNAvirussen aan te tonen maakt evenmin onderscheidt tussen FCoV en FIP.De enige test die 100% bewijzend is, is de test waarbij het virus in de macrofagen aangetoond wordt, slechts dan heb je zeker te maken met FIP. Alleen gemuteerd FCoV kan in een zodanig hoeveelheid in de macrofagen zitten dat het zichtbaar te maken is.  Het ontstaan en preventie van FIP:Het ontstaan van FIP kan slechts voorkomen worden, wanneer we de verspreiding van het FCoV door middel van management en hygiëne bestrijden. De voornaamste besmettingsbron is de ontlasting, maar ook de indirecte besmetting via geïnfecteerde voorwerpen en kledingsstukken is belangrijk. Het word aangeraden om minimaal één kattenbak per twee katten te hebben en maximaal vier katten per groep te houden. De kattenbakken moeten meerdere malen per dag gereinigd worden. De ruimtes waar de katten verblijven, moeten makkelijk schoon te houden zijn en te desinfecteren. De etens- en drinkbak moeten niet in dezelfde ruimte als de kattenbak geplaatst worden.        Antilichamen hebben in het zich ontwikkelen van de ziekte een zeer bijzondere plaats. De maternale antilichamen, dat zijn de afweerstoffen die de kitten van de moeder krijgt, beschermen de kitten tegen het virus tot een leeftijd van ongeveer 6 weken.Kittens moeten wanneer we ze vrij van FCoV willen houden vanaf een leeftijd van 5 weken van de moeder gescheiden worden en geïsoleerd worden grootgebracht. Degene die de kittens verzorgd moet na elk contact met een andere kat de handen en kleding desinfecteren.        Er zijn geen vaccins tegen FIP op de markt, waarvan de werkzaamheid voldoende is.       Wanneer wij een cattery virusvrij willen hebben moeten we de virusuitscheiders opsporen. Hiervoor dient de ontlasting herhaaldelijk op het virus gecontroleerd te worden. Nieuwe katten die in het bestand komen moeten getest worden op afweerstoffen tegen FCoV en alleen negatieve katten mogen worden aangeschaft. Daarnaast moet alleen gebruik gemaakt worden van katers voor de voortplanting die negatief zijn voor de specifieke afweerstoffen. Ik wens U sterkte en pijnig de hersenen niet teveel, laat dat aan de dokter over.