Dierenartsenpraktijk Kanaleneiland


Een hondenbevalling is een gebeurtenis die je niet alle dagen meemaakt. Iedere bevalling is anders en heeft zijn eigen unieke momenten en problemen, zodat je nooit van een routinegebeurtenis kunt spreken. Toch verloopt een bevalling doorgaans volgens een redelijk vast patroon en zijn er standaardregels waar je je als begeleider aan vast kunt houden. In dit stukje geven we een kort overzicht van het verloop van de zwangerschap. Vervolgens beschrijven we de bevalling en tot slot geven we een lijst van dingen die je nodig hebt bij een bevalling.

Het verloop van de zwangerschap

Gedurende de eerste vier weken van de zwangerschap is er bij de meeste honden weinig te zien. Sommigen eten na een week of drie wat slechter, anderen gaan juist veel eten. Verkleuring van de tepels is ook een kenmerk, maar dat treedt ook op bij schijndracht. Tussen de 28e en 30e dag is meestal te voelen of de hond drachtig is. Vaak kan de dierenarts ook een indruk geven van de grootte van het nest. Vanaf vier weken kan er een echo gemaakt worden om de zwangerschap vast te stellen. Na 35 dagen is de zwangerschap echt te zien aan de belijning van de hond vlak achter de ribben. Een normale dracht duurt 63 dagen (9 weken). Om vast te stellen wanneer de bevalling begint, is het handig om gedurende de laatste week van de zwangerschap dagelijks de temperatuur van de hond te meten. Als de temperatuur op een dag minstens 1 graad lager is dan de andere dagen, gaat de bevalling binnen 24 uur beginnen. Sommige honden worden vlak voor de bevalling onrustig of gaan een nest bouwen. Ook de eetlust kan erg afnemen. Op zich is dat niet erg, aangezien te volle ingewanden de bevalling bemoeilijken.

De bevalling

Vlak voor de bevalling beginnen de meeste teven te krabben op de bodem van de werpkist. Ook kunnen ze dan erg hijgen. Probeer de omgeving zo rustig mogelijk te krijgen, door andere dieren en kinderen uit de buurt te houden. De hond mag niet meer alleen naar buiten, om te voorkomen dat ze zelf een plek zoekt om te bevallen. Let goed op bij het plassen, want er kan tegelijkertijd een pup mee uitgeperst worden. De eerste sterke perswee geeft aan dat de bevalling echt begint. Het is handig om de dierenarts telefonisch op de hoogte te stellen van het begin van de bevalling. De pups zitten allemaal in een eigen, dubbelwandige vruchtblaas, die voorzien is van een eigen placenta en een eigen navelstreng. Eén voor één maken de vrucht-blazen zich los uit de baarmoederhoorns, waarna ze door de persweeën via de nauwe baarmoederhals naar buiten gestuwd worden. De pups hebben een reservevoorraad zuurstof voor de tocht door het geboortekanaal. Als ze te lang onderweg zijn of na de geboorte niet snel genoeg van hun vliezen bevrijd worden, gaan ze dood. Na de geboorte likt en bijt de hond de vruchtblaas totdat die openscheurt. Er komt dan een donkergroene vloeistof uit, die lelijke vlekken kan maken en nog dagen onder je nagels blijft zitten..

Helpen bij de bevalling

Soms is het nodig om de hond te helpen bij het breken van de vruchtvliezen. Dit hangt van de situatie af, van de hond en van jezelf. Doe ringen af, was je handen met ontsmettende zeep en breek de vruchtblaas open, vlak bij de kop van de pup. Houdt daarbij de kop van de pup omlaag, zodat de vloeistof uit z’n longen kan lopen. Open de bek van de pup en veeg het slijm eruit met je vinger, of een gaasje. De pup moet dan gaan ademen/schreeuwen. Je kunt een druppeltje respirot op de tong van de pup doen, om de ademhaling goed op gang te brengen. Inmiddels moet de teef de navelstreng hebben doorgebeten. Zo niet, dan moet je hem zelf doorknippen met een scherpe schaar. Laat een flink stuk navelstreng aan de pup zitten en bindt dat ongeveer 2 cm van de buikkant af met het steriele draad. Daarna moet de pup zo snel mogelijk droog gewreven worden. (oude handdoeken) Als je dat vlak voor de neus van de moeder doet, kan ze zien wat er gebeurt en komt ze waarschijnlijk zelf ook in actie. Na de geboorte van de eerste pup, zal de moeder meteen de placenta opeten. In de placenta zitten voedingsstoffen die de hond nodig heeft. Als ze teveel placenta’s opeet, kan ze diarree krijgen. Let op dat er met elke pup ook een placenta meekomt! Als de pup droog is, kan hij bij de moeder gelegd worden om te drinken. Stimuleer de pup, door een paar druppeltjes melk uit de tepel in de bek van de pup te persen. Het drinken van de pups bevordert de baarmoedercontracties, waardoor de geboorte van de volgende pup versneld wordt.

Even pauze

Meestal zit er zo’n 20 tot 60 minuten tussen de ene en de andere geboorte. Er is dus nu even tijd voor melk met druivensuiker voor de moeder en een kop koffie voor jezelf. De pauze kan ook gebruikt worden om de werpkist weer wat te fatsoeneren en om de pup te wegen en op te schrijven hoe laat hij geboren is, hoeveel hij weegt en of hij bijzondere kentekenen heeft.

Verder…

In 40% van de gevallen is er sprake van een stuitligging. Grote kans dus, dat er in ieder geval één bij is. In dat geval zal het vaak nodig zijn om een handje te helpen. Breng wat glijmiddel aan, pak de pup voorzichtig vast en beweeg hem zachtjes naar voren en naar beneden, elke keer als er een wee komt. Ga er niet aan trekken!! Als er meer dan 2 uur tussen de geboorte van de pups zit of als er sprake is van weeënzwakte, is het raadzaam om de dierenarts te bellen. Het is moeilijk te zeggen wanneer de bevalling afgelopen is. Meestal is het wel klaar als de buik geen uitstulpingen meer vertoont en als de hond rustig en ontspannen gaat liggen om de pups te laten drinken. Blijft de hond langere tijd onrustig en hijgerig, dan is er misschien iets aan de hand. Bij twijfel: altijd de dierenarts bellen!! Als alles achter de rug is , is het verstandig om de dierenarts even te laten kijken naar moeder en kinderen. Verder zal het de eerste 10 dagen zo rustig mogelijk moeten zijn in de kraamkamer. Daarna kan er –met mate- bezoek van mensen en eventuele huisdieren worden toegelaten.

Benodigdheden voor de bevalling