Dierenartsenpraktijk Kanaleneiland


Honden in het algemeen.  Honden leven van nature in groepen. Zoals bij alle dieren en ook mensen die in groepen leven is er een rangorde. Dat betekent, dat er een leider, de baas, is en daar is er dan weer iemand onder de baas enzovoorts. Dit moet, anders zou er in een groep voortdurend ruzie zijn, bv.om eten en allerlei zaken. De groep zou niet kunnen overleven en sterft uit.Alle ondergeschikten in de groep, bij honden heet een groep de roedel, luisteren naar die baas.Die baas is niet zomaar de baas, hij heeft zich moeten bewijzen dat hij een echte leider is.Een leider heeft inzicht in wat de groep nodig heeft, geeft aan wanneer en waarop gejaagd moet worden, ziet wanneer de groep zou moeten aanvallen of juist vluchten, beschermt de groep. Als blijkt dat die roedelleider niet goed genoeg is voor zijn taak, is het een kwestie van tijd en een ander neemt die taak over door het gevecht aan te gaan. Degene die wint is dan de baas. Meestal is de leider een reu, maar ook teven kunnen soms de leider zijn als er geen goede leider is. Voor honden is het dus van levensbelang dat ze een goede baas hebben die heel duidelijk is, zoniet dan proberen ze zelf die rol te krijgen.Voor onze huishond is het gezin waarin hij leeft zijn roedel. De hond staat helemaal onder aan de rangorde en dat moet hij weten. Als dat duidelijk is, zal hij/zij het niet in zijn hoofd halen om het gevecht aan te gaan, maar bij twijfel zal de hond het proberen. Volgens de natuurwetten moet hij dat wel.  Wat nu te doen om die duidelijk leider te zijn?Allereerst moet je als hond zijnde weten wat wel en niet mag. Alles wat niet mag, mag altijd niet en wat wel mag is goed en mag dus altijd wel. Bv. Hond mag niet op de bank, dat mag dan dus nooit. Een baas gaat altijd voor en de ondergeschikten gaan voor de baas aan de kant.  In een gezin zou dat dus als volgt gaan:  Zo kom je in het dagelijks leven heel veel dingen tegen. Dit zijn maar een paar voorbeelden.Dit verhaal geldt voor alle honden. Grote of kleine rassen. Van de gewone bastaard hondjes tot de grootste Deense Dog.  Er zijn een aantal dingen die in een groep wel mogen en die in onze ogen tegenstrijdig zijn.Dit heeft o.a. met eten te maken. De baas eet als eerste en heeft ook de beste stukken.Als een lagere in rangorde eenmaal zijn eten heeft, mag hij dit volgens de hondenregels ook verdedigen. In huis geeft dit soms problemen. Er zijn veel honden die hun etensbak verdedigen. Zelfs zo, dat als er iemand langs loopt en de hond eet, dan kan het zijn dat de hond gaat grommen of zelfs bijten. De hond kan er goed aan gewend worden dat zijn mensen bij zijn eten komen door  bv. zijn maaltijd in kleine porties te verdelen en dat achter elkaar te geven of door juist iets extra lekkers in zijn bak te doen. De hond leert zo, dat als mensen bij zijn bak komen er iets prettigs gaat gebeuren en dat ze niets af willen pakken.Honden hebben onderling een eigen taal. Dit uit zich vooral in lichaamstaal.Bv. over een ander heen hangen, een poot op de schouder van een ander leggen of nog dominanter de kop of het hele bovenlijf, wil zeggen dat degene die dat doet zegt  dat hij de baas is. De snuit van een ondergeschikte in je bek nemen is ook zo’n gebaar.Als een ranghogere hond dat bij een ondergeschikte doet wordt dat geaccepteerd. De baas mag dit dus, omdat hij de baas van dit roedel is en ze dus een relatie hebben. In dit geval is dit de baas/hond  relatie. Visite die in huis komt heeft deze relatie niet met de hond. Veel honden zullen dit dus ook niet van visite pikken, bv. er komen vriendjes van de kinderen, laat die dus nooit over de hond heen hangen.  Voor de baas/hond relatie is het heel goed om spelen met je hond. Ook hier geldt weer, de baas wint altijd. In ieder geval het laatste spelletje. -     Dus de baas houdt, als het spel over is, de bal.-     De baas wint bij trek spelletjes. Begin er dus nooit aan als je een hond hebt die sterker is dan jezelf bent. Tenzij de hond goed luistert en reageert op het commando “los”.-     Dus is het erg zinvol om vanaf jongs af aan commando’s aan te leren. -     Laat ook met spelen de hond naar jou toekomen en niet anders om.-     Laat kinderen geen spelletjes doen die ze verliezen, want dan gaat de hond zich in rangorde hoger voelen. In het dagelijks leven met de hond kom je ook hierbij weer veel voorbeelden tegen.  Bij al dit soort dingen moet je het de hond wel duidelijk kunnen maken op een hondse manier zodat hij het begrijpt en ook voor je wil werken. Alle honden willen graag samen iets met hun baas doen en zijn bereid om, als ze een goede relatie hebben met de baas en het gezin, daar veel voor te doen.Je leert ze dit door te belonen en te corrigeren (straffen).  Belonen is duidelijk je goedkeuring geven, bv. een stukje kaas of een hondenkoekje, waarbij je zegt “goed zo” of “braaf”. Dit doe je dus als je hond iets goeds heeft gedaan. Ook een aai met een vriendelijk woord of alleen een vriendelijk woord is een beloning.Vergelijk dit met jezelf. Als je op je werk een baas hebt, die waardering voor je heeft en dat ook zegt, dan ben je bereid om veel meer te doen en je best te doen. Als je weinig of nooit een complimentje krijgt, gaat de lol er snel af en het werkplezier al helemaal.Zeker in het begin, als je met je hond aan de slag gaat, kan je eigenlijk niet genoeg belonen.  Straffen doe je op een hondse manier. Niemand heeft nog ooit gezien dat honden elkaar slaan of schoppen. Een hond begrijpt hier dan ook helemaal niets van en wordt alleen maar bang voor de baas, die iets erg niet honds doet.Honden straffen elkaar door in de nek te happen, in een ernstig geval te schudden en te grommen. Als je je hond wilt straffen, pak hem dan stevig in het nekvel beet en zeg met een donkere stem “foei” of “nee” of zoiets.Ook hier geldt weer, dat je een relatie met de hond moet hebben. Maar weinig honden zullen dit accepteren van een vreemde of van visite en zeker niet van kinderen.  Nog een onderdeel van hondentaal is het elkaar recht in de ogen kijken. Voor een hond betekent dit aanvallen. Honden, die aan elkaar gewaagd zijn en elkaar tegen komen, kijken elkaar recht aan en draaien om elkaar heen. Meestal wendt een van de twee na verloop van tijd z’n blik af en loopt langzaam weg. De andere hond laat hem gaan zodat degene die zijn blik afwendt zonder al te veel gezichtsverlies weg kan. Hiermee worden gevechten voorkomen.Bedenk dus, dat als je je hond strak aankijkt, je in feite zegt “ik ga jou aanvallen”. Dat is voor de hond heel bedreigend. Veel honden zullen dit dus ook weer niet nemen van visite of kinderen.  Als honden onderling elkaar straffen, laat degene die lager in rangorde is, zien dat hij zich over wil geven. De hele houding van de hond wordt laag. Oren naar achter, staart laag en uiteindelijk geeft de hond zijn nek en gaat op zijn rug liggen. De hond zegt in feite “o.k. je hebt gelijk, ik doe het niet meer, sorry”. Honden zijn eerlijk naar elkaar toe. De andere hond zal meestal nog even wat nagrommen, zijn staart is hoog, oren recht overeind, maar hij gaat niet door. Hij zal de ander hond negeren en langzaam weggaan. Hij zegt dus “ o.k., ik laat je gaan, maar weet in het vervolg wel dat ik de baas ben en jij je grote mond tegen mij moet houden”. Als mens zijnde moet je dan ook niet doorgaan, want dan begrijpt je hond dat niet meer. Hij heeft toch “sorry” gezegd en voor honden is dat genoeg.  Voor een hond zijn kinderen en soort jonge honden (puppen). In de hondenwereld mag en moet je, als volwassen hond zijnde, zelfs puppen corrigeren. Als baas zijnde moet je dus je hond duidelijk maken dat ook de kinderen boven de hond staan. Dus de kinderen gaan ook weer voor. Kinderen dus nooit naar de hond laten gaan, maar laat ze de hond roepen zodat de hond naar hen toe komt. Zie boven geschreven voorbeelden. Laat kinderen niets aangaan met de hond wat ze niet aan kunnen. Grijp als baas zijnde in.  We hebben al gezien dat dit verhaal voor iedere hond geldt. Wel moeten we er rekening mee houden dat er heel veel verschillende rassen zijn en die hebben allemaal zo hun specifieke kenmerken. Het ene ras leert bepaalde dingen veel makkelijker aan dan het andere. Sommige rassen zijn veel eerder bereid zich aan te passen dan andere. Sommige rassen hebben een strakkere hand nodig (maar wel altijd eerlijk en voor de hond te begrijpen).Dit komt omdat al eeuwen allerlei hondenrassen zijn uitgeselecteerd op bepaalde werkzaamheden voor de mens. Door dit uitselecteren zijn niet alle honden geschikte huishonden. Sommigen hebben bijvoorbeeld zoveel energie, dat het een probleem kan worden als je niet regelmatig met de hond traint en uitgebreide wandelingen maakt. Denk aan de Border Collie, dit is geen hond die genoeg heeft aan een paar keer per dag een straatje om. Deze hond wordt al sinds jaar en dag gefokt om met een onvoorstelbare energie zijn baas, de schaapherder, te helpen. De hond verveelt zich verschrikkelijk als hij niet kan werken.De terriërs zijn gefokt op zelfstandig jagen, die hebben een hele consequente aanpak nodig en zijn veel eigenzinniger dan de kleine gezelschapshondjes, ook al zien veel terriërs er uit als een klein gezelschapshondje.  Het is dus raadzaam je te verdiepen in het ras dat je hebt. En nog raadzamer om dat te doen alvorens je een hond aanschaft, laat je niet alleen leiden door het schattige uiterlijk.  Ik raad iedereen die een hond heeft aan, om hier eens boeken over te lezen, want alle aspecten zijn nog lang niet aan de orde gekomen.  Ik wens  u heel veel plezier en een goede baas/hond relatie.  Willeke Scheffer.  (Gedragsadviseur bij Dierenartsenpraktijk “Kanaleneiland”.)