Honden in het algemeen.
Honden
leven van nature in groepen. Zoals bij alle dieren en ook mensen die in groepen
leven is er een rangorde. Dat betekent, dat er een leider, de baas, is en daar
is er dan weer iemand onder de baas enzovoorts. Dit moet, anders zou er in een
groep voortdurend ruzie zijn, bv.om eten en allerlei zaken. De groep zou niet
kunnen overleven en sterft uit.Alle
ondergeschikten in de groep, bij honden heet een groep de roedel, luisteren naar
die baas.Die
baas is niet zomaar de baas, hij heeft zich moeten bewijzen dat hij een echte
leider is.Een
leider heeft inzicht in wat de groep nodig heeft, geeft aan wanneer en waarop
gejaagd moet worden, ziet wanneer de groep zou moeten aanvallen of juist
vluchten, beschermt de groep. Als blijkt dat die roedelleider niet goed genoeg
is voor zijn taak, is het een kwestie van tijd en een ander neemt die taak over
door het gevecht aan te gaan. Degene die wint is dan de baas. Meestal is de
leider een reu, maar ook teven kunnen soms de leider zijn als er geen goede
leider is. Voor honden is het dus van levensbelang dat ze een goede baas hebben
die heel duidelijk is, zoniet dan proberen ze zelf die rol te krijgen.Voor
onze huishond is het gezin waarin hij leeft zijn roedel. De hond staat helemaal
onder aan de rangorde en dat moet hij weten. Als dat duidelijk is, zal hij/zij
het niet in zijn hoofd halen om het gevecht aan te gaan, maar bij twijfel zal de
hond het proberen. Volgens de natuurwetten moet hij dat wel.
Wat
nu te doen om die duidelijk leider te zijn?Allereerst
moet je als hond zijnde weten wat wel en niet mag. Alles wat niet mag, mag
altijd niet en wat wel mag is goed en mag dus altijd wel. Bv. Hond mag niet op
de bank, dat mag dan dus nooit. Een
baas gaat altijd voor en de ondergeschikten gaan voor de baas aan de kant.
In een gezin zou dat dus als volgt gaan:
- De
hond moet naar de baas komen, de baas gaat nooit naar de hond toe.
- De
baas eet als eerste.
- De
baas gaat als eerste het huis in, de hond volgt.
- De
baas gaat als eerste de trap op of af.
- De
baas zegt wanneer de hond de auto in mag.
- De
hond trekt niet, loopt dus aan de lijn niet voorop.
- De
hond gaat opzij voor de baas Bv.
als hij midden in de kamer ligt gaat de hond aan de kant voor de baas en
- de
baashoeft er niet omheen te lopen.
- De
hond spreekt de baas nooit tegen, bromt dus nooit.
Zo
kom je in het dagelijks leven heel veel dingen tegen. Dit zijn maar een paar
voorbeelden.Dit
verhaal geldt voor alle honden. Grote of kleine rassen. Van de gewone bastaard
hondjes tot de grootste Deense Dog.
Er
zijn een aantal dingen die in een groep wel mogen en die in onze ogen
tegenstrijdig zijn.Dit
heeft o.a. met eten te maken. De baas eet als eerste en heeft ook de beste
stukken.Als
een lagere in rangorde eenmaal zijn eten heeft, mag hij dit volgens de
hondenregels ook verdedigen. In huis geeft dit soms problemen. Er zijn veel
honden die hun etensbak verdedigen. Zelfs zo, dat als er iemand langs loopt en
de hond eet, dan kan het zijn dat de hond gaat grommen of zelfs bijten. De hond
kan er goed aan gewend worden dat zijn mensen bij zijn eten komen door
bv. zijn maaltijd in kleine porties te verdelen en dat achter elkaar te
geven of door juist iets extra lekkers in zijn bak te doen. De hond leert zo,
dat als mensen bij zijn bak komen er iets prettigs gaat gebeuren en dat ze niets
af willen pakken.Honden
hebben onderling een eigen taal. Dit uit zich vooral in lichaamstaal.Bv.
over een ander heen hangen, een poot op de schouder van een ander leggen of nog
dominanter de kop of het hele bovenlijf, wil zeggen dat degene die dat doet zegt
dat hij de baas is. De snuit van een ondergeschikte in je bek nemen is
ook zo’n gebaar.Als
een ranghogere hond dat bij een ondergeschikte doet wordt dat geaccepteerd. De
baas mag dit dus, omdat hij de baas van dit roedel is en ze dus een relatie
hebben. In dit geval is dit de baas/hond relatie.
Visite die in huis komt heeft deze relatie niet met de hond. Veel honden zullen
dit dus ook niet van visite pikken, bv. er komen vriendjes van de kinderen, laat
die dus nooit over de hond heen hangen.
Voor
de baas/hond relatie is het heel goed om spelen met je hond. Ook hier geldt
weer, de baas wint altijd. In ieder geval het laatste spelletje. -
Dus de baas houdt, als het spel over is, de bal.-
De baas wint bij trek spelletjes. Begin er dus nooit aan als je
een hond hebt die sterker is dan jezelf bent. Tenzij de hond goed luistert en
reageert op het commando “los”.-
Dus is het erg zinvol om vanaf jongs af aan commando’s aan te
leren. -
Laat ook met spelen de hond naar jou toekomen en niet anders om.-
Laat kinderen geen spelletjes doen die ze verliezen, want dan gaat
de hond zich in rangorde hoger voelen. In
het dagelijks leven met de hond kom je ook hierbij weer veel voorbeelden tegen.
Bij
al dit soort dingen moet je het de hond wel duidelijk kunnen maken op een hondse
manier zodat hij het begrijpt en ook voor je wil werken. Alle honden willen
graag samen iets met hun baas doen en zijn bereid om, als ze een goede relatie
hebben met de baas en het gezin, daar veel voor te doen.Je
leert ze dit door te belonen en te corrigeren (straffen).
Belonen
is duidelijk je goedkeuring geven, bv. een stukje kaas of een hondenkoekje,
waarbij je zegt “goed zo” of “braaf”. Dit doe je dus als je hond iets
goeds heeft gedaan. Ook een aai met een vriendelijk woord of alleen een
vriendelijk woord is een beloning.Vergelijk
dit met jezelf. Als je op je werk een baas hebt, die waardering voor je heeft en
dat ook zegt, dan ben je bereid om veel meer te doen en je best te doen. Als je
weinig of nooit een complimentje krijgt, gaat de lol er snel af en het
werkplezier al helemaal.Zeker
in het begin, als je met je hond aan de slag gaat, kan je eigenlijk niet genoeg
belonen.
Straffen
doe je op een hondse manier. Niemand heeft nog ooit gezien dat honden elkaar
slaan of schoppen. Een hond begrijpt hier dan ook helemaal niets van en wordt
alleen maar bang voor de baas, die iets erg niet honds doet.Honden
straffen elkaar door in de nek te happen, in een ernstig geval te schudden en te
grommen. Als je je hond wilt straffen, pak hem dan stevig in het nekvel beet en
zeg met een donkere stem “foei” of “nee” of zoiets.Ook
hier geldt weer, dat je een relatie met de hond moet hebben. Maar weinig honden
zullen dit accepteren van een vreemde of van visite en zeker niet van kinderen.
Nog
een onderdeel van hondentaal is het elkaar recht in de ogen kijken. Voor een
hond betekent dit aanvallen. Honden, die aan elkaar gewaagd zijn en elkaar tegen
komen, kijken elkaar recht aan en draaien om elkaar heen. Meestal wendt een van
de twee na verloop van tijd z’n blik af en loopt langzaam weg. De andere hond
laat hem gaan zodat degene die zijn blik afwendt zonder al te veel
gezichtsverlies weg kan. Hiermee worden gevechten voorkomen.Bedenk
dus, dat als je je hond strak aankijkt, je in feite zegt “ik ga jou
aanvallen”. Dat is voor de hond heel bedreigend. Veel honden zullen dit dus
ook weer niet nemen van visite of kinderen.
Als
honden onderling elkaar straffen, laat degene die lager in rangorde is, zien dat
hij zich over wil geven. De hele houding van de hond wordt laag. Oren naar
achter, staart laag en uiteindelijk geeft de hond zijn nek en gaat op zijn rug
liggen. De hond zegt in feite “o.k. je hebt gelijk, ik doe het niet meer,
sorry”. Honden zijn eerlijk naar elkaar toe. De andere hond zal meestal nog
even wat nagrommen, zijn staart is hoog, oren recht overeind, maar hij gaat niet
door. Hij zal de ander hond negeren en langzaam weggaan. Hij zegt dus “ o.k.,
ik laat je gaan, maar weet in het vervolg wel dat ik de baas ben en jij je grote
mond tegen mij moet houden”. Als mens zijnde moet je dan ook niet doorgaan,
want dan begrijpt je hond dat niet meer. Hij heeft toch “sorry” gezegd en
voor honden is dat genoeg.
Voor
een hond zijn kinderen en soort jonge honden (puppen). In de hondenwereld mag en
moet je, als volwassen hond zijnde, zelfs puppen corrigeren. Als baas zijnde
moet je dus je hond duidelijk maken dat ook de kinderen boven de hond staan. Dus
de kinderen gaan ook weer voor. Kinderen dus nooit naar de hond laten gaan, maar
laat ze de hond roepen zodat de hond naar hen toe komt. Zie boven geschreven
voorbeelden. Laat kinderen niets aangaan met de hond wat ze niet aan kunnen.
Grijp als baas zijnde in.
We
hebben al gezien dat dit verhaal voor iedere hond geldt. Wel moeten we er
rekening mee houden dat er heel veel verschillende rassen zijn en die hebben
allemaal zo hun specifieke kenmerken. Het ene ras leert bepaalde dingen veel
makkelijker aan dan het andere. Sommige rassen zijn veel eerder bereid zich aan
te passen dan andere. Sommige rassen hebben een strakkere hand nodig (maar wel
altijd eerlijk en voor de hond te begrijpen).Dit
komt omdat al eeuwen allerlei hondenrassen zijn uitgeselecteerd op bepaalde
werkzaamheden voor de mens. Door dit uitselecteren zijn niet alle honden
geschikte huishonden. Sommigen hebben bijvoorbeeld zoveel energie, dat het een
probleem kan worden als je niet regelmatig met de hond traint en uitgebreide
wandelingen maakt. Denk aan de Border Collie, dit is geen hond die genoeg heeft
aan een paar keer per dag een straatje om. Deze hond wordt al sinds jaar en dag
gefokt om met een onvoorstelbare energie zijn baas, de schaapherder, te helpen.
De hond verveelt zich verschrikkelijk als hij niet kan werken.De
terriërs zijn gefokt op zelfstandig jagen, die hebben een hele consequente
aanpak nodig en zijn veel eigenzinniger dan de kleine gezelschapshondjes, ook al
zien veel terriërs er uit als een klein gezelschapshondje.
Het
is dus raadzaam je te verdiepen in het ras dat je hebt. En nog raadzamer om dat
te doen alvorens je een hond aanschaft, laat je niet alleen leiden door het
schattige uiterlijk.
Ik
raad iedereen die een hond heeft aan, om hier eens boeken over te lezen, want
alle aspecten zijn nog lang niet aan de orde gekomen.
Ik
wens u heel veel plezier en een
goede baas/hond relatie.
Willeke
Scheffer. (Gedragsadviseur bij
Dierenartsenpraktijk “Kanaleneiland”.)